Formeel is er binnen de EU geen sprake meer van “import” en “export”. Er is immers vrij verkeer van goederen en diensten waardoor het overbrengen hiervan tussen lidstaten net zo makkelijk dient te zijn als het overbrengen van goederen en diensten tussen Arnhem en Nijmegen of tussen Gelderland en Limburg.

Als wij het over voertuigen hebben, gaat de Rijksdienst Wegverkeer echter een rol spelen. De auto moet immers een Nederlands kenteken hebben; het dient te worden geregistreerd in het Nederlands kentekenregister. Die rol van de RDW is echter weer beperkt volgens EU regels. De registratie bestaat uit een “identificatie” van het voertuig: bestond het voertuig in de lidstaat waar het vandaan komt en staat het voertuig bijvoorbeeld niet gesignaleerd als gestolen. Volgens EU voert deze identificatie al te ver. Immers; zie de bedoelde eenvoud in de vorige alinea. Toch gebeurt het zo.

Duitsland

Duitsland doet het daarentegen conform de EU bedoelingen; een bijvoorbeeld Nederlands geregistreerd voertuig, wordt sec administratief ingeschreven in het Duitse kentekenregister. Een Duitse brief “haal je gewoon op” tegen inlevering van de Nederlandse documenten. De auto hoeft niet mee. Deze was immers ooit al in Nederlands geïdentificeerd bij de eerste toelating. Hér-identificeren bestaat in dit kader -formeel- niet. 

Schadeauto’s

Bij de identificatie tijdens “import” van schadeauto’s, is de RDW éxtra alert. Alert bijvoorbeeld op de herkomst van al gebruikte onderdelen ten behoeve van reeds uitgevoerd (deel)herstel voorafgaand aan de RDW identificatie. Indien voor het herstel van de schade meer dan 1/3 van de carrosserie afkomstig is van een ander voertuig of bestaat uit nieuwe onderdelen, dient u de herkomst (en bij gebruikte delen ook het identificatienummer van het donorvoertuig) aan te tonen. In geval van twijfel bij de identificatie, wordt het voertuig onderworpen aan een tweede onderzoek ter identificatie van het voertuig en de delen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door het Permanente Auto Team (PAT) en vindt -letterlijk- geheel achter de schermen plaats. Hierbij wordt dan een “forensisch identiteits-onderzoek” uitgevoerd. In geval van “grote twijfel” kan het voertuig al bij de eerste identificatie worden zekergesteld / in beslag worden genomen. De werkwijze en beoordeling van het PAT is -blijkens onze navraag- niet nader gereglementeerd. Overkomt je dus een PAT onderzoek; dan ben je aan de Goden overgeleverd. 

Nood of Noodzaak?

Uiteraard zijn ook wij uitermate gekant tegen fraude en zullen wij uitsluitend bijdragen aan de bestrijding daarvan. Naast fraude, dient eveneens de verkeersveiligheid te worden geborgd. Echter; waar de RDW zich hier richt tegen import”voertuigen, kunnen deze zaken even zo goed op reeds in Nederland geregistreerde (schade)voertuigen van toepassing zijn. Dat is echter niet gewaarborgd. Wij zijn van mening dat er geen voertuigdiscriminatie op basis van de “etnische afkomst” mag plaatsvinden. Door het wél zo te doen wordt ook de RDW draaiende gehouden. Op zich prima maar de noodzaak blijkt niet uit de EU wet- en regelgeving. 

Meer informatie:
Stichting Aanpak Voertuig Criminaliteit (STAVC) 
Landelijk informatiecentrum Voertuigcriminaliteit (LIV)
Stichting Verzekeringsbureau Voertuigcriminaliteit (VbV)