De rest-bpm mag in het geval van een auto met WOK-status (essentiële gebreken), gewoon worden berekend over de status van het voertuig op dat moment. Dit heeft het Gerechtshof in Den Bosch bepaald in een tweetal procedures gevoerd door Euro Auto Logic. De belastinginspecteur stelde zich op het standpunt dat de bpm moet worden berekend over de waarde van het voertuig ná herstel, en spande een hoger beroep aan tegen een eerdere uitspraak. Maar dat standpunt is volgens het Gerechtshof Den Bosch in strijd met het Europees recht.

In 2016 werd door een VOF een Suzuki Swift geïmporteerd, deze had een WOK-status (Wacht Op Keuren). Dat betekent dat het voertuig niet aan de wettelijke eisen voldoet en hij niet de weg op mag.

Na het keuren van de auto werd door de RDW een WOK-status afgegeven. De Inspecteur heeft belanghebbende vervolgens telefonisch benaderd en hem ertoe bewogen zijn aangifte in te trekken, omdat hij geen aangifte met een WOK zou kunnen doen, waarop de eigenaar van de auto er voor koos de bpm-aangifte in te trekken en het voertuig te repareren. Na reparatie van de door de RDW genoemde essentiële gebreken deed de eigenaar van het voertuig nogmaals bpm-aangifte op basis van de afschrijvingstabel hetgeen tot een verschuldigd bedrag aan belasting leidde van € 1.967.

Tegen deze aanslag werd bezwaar ingediend, welke werd afgewezen door de belastingdienst. Belanghebbende ging daarop in beroep bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond. De Belastingdienst ging tegen deze uitspraak in hoger beroep, maar werd wederom in het ongelijk gesteld.

In de uitspraak staat dat er sprake is van een handelsbelemmering indien er géén rekening gehouden mag worden met de schade die is toe te rekenen aan de essentiële gebreken, en dat is in strijd met de Europese wetgeving. De werkwijze van de Belastingdienst zorgt er namelijk voor dat er een hogere belasting wordt geheven op het in te voeren voertuig, dan nog rust op soortgelijke voertuigen met WOK-status die reeds geregistreerd zijn. Dit is in strijd met de Europese wetgeving, aldus het Hof.

Hiermee werd ook het standpunt van de Inspecteur verworpen dat de kosten die moeten worden gemaakt om van een wrak of doos met losse onderdelen een rijwaardig voertuig te maken, niet aan bpm-heffing kunnen worden onttrokken. Dit is naar oordeel van het Hof niet juist. Ten aanzien van deze vergelijking stelt het hof dat de heffing van bpm op een personenauto rust. Een personenauto is een motorrijtuig op drie of meer wielen. Dat kan dus onder omstandigheden een wrak zijn, maar in elk geval geen doos onderdelen.