In een door Bolsenbroek & Partners / Euro Auto Logic tot aan de Hoge Raad gevoerde procedure is komen vast te staan dat de Belastingdienst verwijtbaar verkeerd handelt indien zij vasthoudt aan de door de RDW vastgestelde CO2 uitstoot. In onderhavige kwestie was zonder aanwezigheid van een CO2 gegeven op het buitenlandse kenteken en zonder aanwezigheid van een Certificaat van Overeenstemming (CVO) de CO2 uitstoot in de BPM aangifte opgenomen. Deze lag aanmerkelijk lager dan de vaststelling door de RDW. Gevolg: de Belastingdienst heft na op basis van de RDW schatting! Vier jaar na dato oordeelt de Hoge Raad: De belastingdienst zat (wederom) fout! 

De casus nader belicht

Er wordt BPM aangifte gedaan voor een BMW X6. De CO2 uitstoot wordt daarbij door belanghebbende bepaald op 299 g/km (o.b.v. vergelijking). Bij afwezigheid van “authentieke gegevens” bepaalt de RDW de CO2 uitstoot op 350 g/km. Er volgt een forse naheffing voor de BPM. Eerst maakt de belastingdienst echter haar voornemen tot naheffen bekend, met een onverplicht verzoek om reactie daarop. Belanghebbende reageert niet en de naheffing volgt. Er wordt bezwaar gemaakt tegen de naheffing door de gemachtigde (Euro Auto Logic) en verzocht om proceskostenvergoeding. Ook wordt het inmiddels verkregen CVO bij het bezwaar gevoegd. Hieruit blijkt de juistheid van de aangifte. De naheffing wordt vernietigd, maar de inspecteur acht zijn aanvankelijke -onterechte- wantrouwen dat de grond voor de naheffing vormde “niet aan hem verwijtbaar” en vergoed geen proceskosten. Er volgt beroep bij de rechtbank; deze volgt de inspecteur. Er volgt hoger beroep bij het Gerechtshof; deze bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Euro Auto Logic volhardt en gaat in cassatie bij de Hoge Raad der Nederlanden. 

De Hoge Raad oordeelt nu dat de door de RDW verstrekte gegevens evident fout , en de gegevens in de aangifte vanaf het begin juist zijn geweest. De naheffingsaanslag had dus in beginsel nimmer opgelegd behoren te zijn. “Het opleggen van de naheffingsaanslag is het gevolg geweest van een aan de RDW te wijten onjuiste registratie, die voor de toepassing van artikel 7:15, lid 2, van de Awb voor risico van de Inspecteur komt.”. Aldus het oordeel van de Hoge Raad. 

De Belastingdienst blijft achter met een zéér forse kostenveroordeling met dank aan de RDW! 

Conclusie

Indien de CO2 uitstoot redelijkerwijs bekend is bij aangifte maar desondanks niet bewezen kan worden aan de RDW, volhardt dan in de vermeende juistheid van uw vaststelling! Zéker bij auto’s met EU type goedkeuring, past een alternatieve berekening van de RDW geenszins! De RDW kan de CO2 uitstoot in een dergelijk geval béter vaststellen o.b.v. een redelijke vergelijking met andere EU voertuigen van een zelfde merk/type en uitvoering. Doet zij dat niet, dan zadelt zij belastingplichtigen op met onredelijke -te hoge- belastingheffing én de onredelijke kosten van een lange procedure om haar gelijk te behalen. Helaas is het gelijk hier aan een eenling en zullen héél veel makke schapen zich door deze hooghartige werkwijze van RDW en Fiscus al hebben laten slachten. Bezwaar maken kan dus héél goed mits binnen 6 weken na de naheffingsaanslag of na aangifte met een te hoge CO2 uitstoot o.b.v. RDW vaststelling. 

Dit artikel zal door ons met de RDW worden gedeeld, zodat zij op de hoogte zijn van de nare gevolgen. 

De uitspraak van de Hoge Raad vindt u hier.

Lees ook dit artikel over verkeerde vaststelling van de CO2 uitstoot door de RDW.