Op sommige Europese en op bijna alle niet Europese eerdere registraties komt geen gegeven van de gemiddelde CO2 uitstoot voor. Voorbeelden van EU landen zijn Polen en Zwitserland. Bij registratie in Nederland maakt de RDW dan een eigen inschatting van de CO2 uitstoot. Deze wijkt in de praktijk, soms zelfs onredelijk, veel af van wat voor al in Nederland geregistreerde vergelijkbare auto’s de standaard is. Dit heeft op het eerste oog gevolgen voor de BPM en voor de bijtelling. Is dat werkelijk zo? 

Nee! Dat hoeft geen belemmering te zijn voor deze vaststellingen. Het gaat alleen wel discussie geven. Het lijkt wel of sommige RDW-ers een vreemdsoortig genoegen in scheppen om dit zo te doen. Dat is natuurlijk heel vreemd en nog vervelender. Op een vraag om de CO uitstoot te onderbouwen, wordt daarover weinig of geen uitleg gegeven. We kennen wel de zgn. Scandinavische rekenmethode. En die past de RDW ook toe. Echter ook die wordt wel vaker onjuist vastgesteld. 

Voor fiscale doeleinden mag u de CO2 uitstoot afwijkend van de RDW vaststelling ook zélf motiveren. Dat kan meest juist met een CVO (certificaat van oorsprong) of Übereinstimmungs Bescheinigiung in het Duits, of in het Engels: een  COC (certificate of confirmity). U kunt dit overwegend bij de dealers van het merk aanvragen en anders direct bij de fabriek wat soms ook een meest kort lijntje is.
Indien u dit document niet heeft bij de registratie en BPM aangifte, kunt u de normaal te verwachten CO2 uitstoot hanteren voor de BPM aangifte en de vaststelling van de bijtelling. Het CVO geeft uiteindelijk het finale en definitieve cijfer. Als er geen CVO beschikbaar is (voor voertuigen die geen EU typegoedkeuring hebbe) geldt de Scandinavische rekenmethode. 

Het verdient in voorkomende gevallen aanbeveling om de RDW in kennis te stellen van de gevolgen van een onjuiste en/of onredelijke CO2 vaststelling.