Auto invoer met schade; Hoge Raad oordeelt even hard als bijzonder!

In een al lang slepende procedure tussen een importeur van een schadeauto en de Belastingdienst heeft de Hoge Raad (ons hoogste rechtsorgaan) een opvallende uitspraak gedaan. De zaak handelt om het antwoord op de vraag of op een voertuig met een 'essentieel gebrek' (WOK1 schade) bpm aangifte gedaan kan worden. 'Nee', zo stelt de Belastingdienst en 'Ja' zo oordeelde de Rechtbank Zeeland West Brabant op 24-8-2018  De inspecteur ging tegen deze uitspraak in beroep waarna het Gerechtshof de uitspraak van de Rechtbank bevestigde met haar arrest van 16 januari 2020.  Een en ander dus in het voordeel van de importeur. De inspecteur legde zich niet neer bij dit dubbel bevestigde oordeel en ging in cassatie bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft op 26 maart 2021 een zéér opvallend arrest gewezen dat ditmaal het standpunt van de inspecteur van de Belastingdienst bevestigt.

Dit arrest komt er op neer dat voor een te importeren voertuig met een essentieel gebrek heffing van bpm niet aan de orde is. Een dergelijk voertuig kan en mag immers geen gebruik van de weg maken. Waar deze gedachtegang al niet te volgen is, wordt het nóg meer bijzonder waar de Hoge Raad oordeelt dat wanneer iemand tóch bpm aangifte doet met een dergelijk schadevoertuig, de Belastingdienst kan naheffen op basis van de volledige bruto bpm. Dus; op een dergelijk te importeren schadevoertuig, zal bpm worden nageheven als ware het een nieuw en ongebruikt voertuig. Read more


Recyclingbijdrage op gebruikte auto import; gerechtvaardigd?

Wij worden sinds vorige week veel bevraagd over de Recyclingbijdrage zoals we die al kennen op nieuwe auto's. Per 30 april 2021 gaat de RDW deze eveneens innen op gebruikte auto's die voor het eerst in Nederland worden ingeschreven. Het gaat om een bedrag van € 30,00 per voertuig.

Het lijkt een misvatting te zijn dat deze in rekening te brengen bijdrage strijdig zou zijn met een eerdere recyclingbijdrage-heffing in een andere lidstaat. Wij hebben vooralsnog niet kunnen vinden dat er sprake is van een EU-georganiseerde bijdrage voor recycling van auto's aan het einde van hun bestaan. Door een Algemeen Verbindend Verklaring (AVV) lijkt de bevoegdheid aan de RDW gedelegeerd te zijn om deze € 30 te innen. Daarmee lijkt de gevraagde en door RDW te innen recyclingbijdrage op zijn plaats te zijn. De RDW fungeert slechts als 'kassier voor de overheid'.

Rechtvaardiging is hier te vinden. Daarmee is de inning gerechtvaardigd en verklaard.

Laten we er samen dan maar wat moois van maken .... meer informatie ARN


Auto import 'zonder gedoe'? B&P full-service-import!

U importeert auto's maar u vindt het steeds lastiger worden deze op een eenvoudige manier en tegen een meest redelijk voordelige bpm op kenteken te krijgen? Of; u importeert nog helemaal niet omdat u juist opziet tegen 'het gedoe eromheen'? Weet dan dat B&P u hélemaal kan ontzorgen!  Wij kunnen u zelfs helpen aan ideeën om auto's te vinden, deze hier te krijgen en zo uw voorraad verantwoord op peil te houden. En heeft u vervolgens of misschien wel actueel 'gedoe' met de autoriteiten rond de import, springt B&P als geen ander voor u op de bres.

Dat we onze services bij u op locatie uitvoeren, is bekend. Maar dat we dat óók doen op onze vestiging in Heumen; dat is minder bekend. De 'full-service-import' die we in Heumen leveren, loopt van inname, controle voertuig, aanmelding RDW, aangifte BPM tot aan aflevering in uw showroom. Zorgeloos, comfortabel en zonder gedoe! En; tegen verwaarloosbare kosten!

Maak gebruik van de kennis en ervaring van de onbetwiste Bench-markers op het gebied van BPM taxaties & importdienstverlening. Vraag ons graag wat we voor ú kunnen betekenen als u het gemak wil laten dienen :-) Of bel of app gerust direct met Frank Bolsenbroek op 0653-665474.

Wij zijn er graag voor u!


B&P in de media! Voor de derde keer Gerechtsdeskundige bij de Rijdende Rechter

Op 9 oktober was Frank Bolsenbroek voor de derde keer te zien als gerechtsdeskundige bij De Rijdende Rechter. Ditmaal vanwege een conflict over de aanschaf van een ‘budget occasion’.

In deze aflevering van ‘De Rijdende Rechter’ hebben autohandelaar Evert Pieper en Nico een conflict over een auto. Nico heeft een nieuwe baan als verkeersregelaar en moet voor zijn werk het hele land door. Daarom gaat hij op zoek naar een betaalbare auto en vindt deze online bij het bedrijf van Evert Pieper. Hij is op slag verliefd. Het is een oudje, maar omdat bij de verkoop gezegd wordt dat het een prima auto is, is hij overtuigd. Als de auto een paar weken later gekeurd wordt, krijgt Nico te horen dat de auto alleen nog de weg op kan als hij ‘m voor veel geld laat repareren. Boos gaat Nico verhaal halen bij Pieper. Die vindt dat hij niets verkeerd heeft gedaan, maar wil Nico – bij hoge uitzondering – toestaan de auto terug te brengen. Dat kan alleen niet, want de auto ligt inmiddels op de sloop.  De Rijdende Rechter mr. John Reid verdiept zich in het autowezen en onderzoekt hoe de vork precies in de steel zit. Mr. Reid schakelt voor dit geschil wederom Frank Bolsenbroek als ‘de deskundige’ in.

Bekijk deze aflevering hier terug.

Wilt u de eerdere Rijdende Rechter afleveringen, waarin Frank Bolsenbroek 'de deskundige' was, terugzien? Klik dan hier voor de eerste aflevering en hier voor de tweede aflevering.


Waardevermindering kostbare Audi onvoldoende onderbouwd: Verzekeraar veroordeeld

De eigenaar van een exclusieve Audi RS6 wil in 2018 zijn auto verkopen na een aanrijding buiten zijn schuld om. Ondanks dat de Audi helemaal op kosten van de verzekeraar van de tegenpartij One Underwriting (Aon), hersteld is, levert de auto toch minder op bij een verkoop. De eigenaar dient zijn claim in op basis van de taxatie van Bolsenbroek & Partners. Aon accepteert dat niet en schakelt haar contractexpert CED in. Volgens CED bedraagt de waardevermindering hoogstens € 4.500. De eigenaar wil echter € 12.500 conform onze rapportage hebben.

Het herstel van de auto met een nieuwwaarde van bijna twee ton kost € 35.000. Ondanks dat het herstel perfect is uitgevoerd, wil de eigenaar niet in ‘een schadeauto’ blijven rijden. Als hij de auto wil inruilen, wordt hij geconfronteerd met forse waardevermindering als gevolg van de schade. De eigenaar schakelt Bolsenbroek & Partners in om de waardevermindering te taxeren.

Drie schattingen van handelaren
Volgens Frank Bolsenbroek is er op de markt voor zeer exclusieve auto’s geen eenduidige objectivering van de waardevermindering mogelijk. Wij voeren een marktonderzoek uit onder drie verschillende handelaren in exclusieve auto’s, met de vraag wat volgens hen de waardevermindering zou moeten zijn. De bedragen lopen uiteen van € 9.000 tot € 19.000. Twee van hen geven bovendien aan een auto met een dergelijk zwaar schadeverleden niet zelf in de showroom te zetten, maar alleen door te verkopen aan een andere handelaar.

‘Arbeid is bepalende factor’
Op basis van dit resultaat vraagt de inmiddels door eigenaar ingeschakelde jurist mr. Tom Vriesema (ons zusterbedrijf EAL) aanvullend € 12.500 van Aon. Die weigert en schakelt CED in voor een deskundigenoordeel. CED stelt onder meer dat er relatief weinig arbeid- en spuitkosten op het herstel geweest zijn. Het grootste deel van het schadebedrag is opgegaan aan nieuwe onderdelen. Volgens CED is arbeid de bepalende factor voor de waardevermindering en komt die daarom hooguit op € 4.500 uit. Dat bedrag maakt Aon aanvullend over.

Geen verduidelijking CED
Vriesema start een kort geding bij de kantonrechter in Eindhoven waar Aon echter bakzeil moet halen. Net als Bolsenbroek en Vriesema vindt de rechter dat CED onvoldoende heeft onderbouwd waar de waardevermindering van € 4.500 op gebaseerd is. De rechter besluit daarom het CED-rapport buiten beschouwing te laten.

Hoewel volgens het vonnis een schadebedrag op basis van drie schattingen handelaren ook wat mager is, ziet de rechter geen ander alternatief dan aansluiting te zoeken bij de conclusie van Bolsenbroek. Aon moet aanvullend € 8.000 overmaken.

‘Onafhankelijkheid bestaat niet’
Bolsenbroek zegt in een reactie dat deze zaak weer een voorbeeld is van de slager die zijn eigen vlees keurt. “Aon geeft de opdracht aan CED om te begroten. De vermeende onafhankelijkheid bestaat hierbij niet. Deze uitspraak mag en kan dienen als voorbeeld dat de macht van verzekeraars hier niet hoeft op te gaan, mits je maar doorzet.”

Uitspraak
De (geanonimiseerde) Uitspraak vindt u hier.

Heeft u een soortgelijk geschil met uw verzekeraar? Wij helpen ook u graag hiermee verder.


RDW belemmert import met CVO-beleid

De RDW gebruikt het ontbreken van een Certificaat van Overeenstemming (geboortebewijs auto) om de import te belemmeren. Dit treft vooral importauto’s uit Spanje en Denemarken.

Volgens het bedrijf is het bij import niet altijd mogelijk om het CVO te overleggen. Een CVO wordt eenmalig door de fabrikant uitgegeven en vermeldt onder meer de CO2-uitstoot van het betreffende voertuig.  Bij overschrijving tussen lidstaten worden de voertuiggegevens van de buitenlandse registratie overgenomen van het inschrijfbewijs (kentekenbewijs). “Wij zien nu dat dit in voorkomende gevallen onvoldoende is voor de RDW, die eist het tonen van het CVO”, zegt dga Frank Bolsenbroek.

Andere bronnen

Omdat weigering van inschrijving van een auto zonder CVO niet kan, berekent de RDW de CO2 zelf. Maar doet dit met standaard buitenproportioneel hoge CO2-waarden. “De bpm-aangifte staat feitelijk los van de RDW-inschrijving. Echter lijkt de belastingdienst bij de RDW te hebben afgedwongen dat deze de CO2 uitstoot vaststelt. Een importeur (of bpm-aangever) mag zelf de uitstoot invullen, maar de Belastingdienst hecht echter uitsluitend waarde aan de RDW informatie.”

"We zijn nu afhankelijk van de RDW en de Belastingdienst"

Een CVO kan worden besteld. Maar dit is prijzig (150 tot 350 euro, red) en de levertijden kunnen lang zijn. Dus dat is onwerkbaar. Het eisen van een CVO is strijdig met de Europese regelgeving en er werd derhalve nooit naar gevraagd. Door het overschakelen van NEDC naar WLTP staat bij sommige landen, zoals Spanje en Denemarken, de CO2-uitstoot niet langer op het kenteken. De RDW kan het daarvan dan ook niet overnemen. Maar er zijn voldoende andere bronnen zoals het Europees kentekenregister Eucaris of via de landelijke belastingdiensten. De RDW doet daar echter vooralsnog niets mee.

Belemmerend

De Belastingdienst werkt aan een definitieve oplossing. Tot dat moment zijn we afhankelijk van de goede wil van RDW en Belastingdienst. Soms gaat het goed, maar we kunnen niet afhankelijk zijn van iets als goede wil. En nu komt het er vaak op neer dat er weer een maatregel is genomen die importbelemmerend werkt.

We hopen het een en ander in beweging te hebben gezet. Bolsenbroek: “Ik ervaar echter dat mijn bemoeienis weinig gewaardeerd wordt bij de genoemde instanties. Ik ben kritisch, maar kom ook met oplossingen. Zo hebben wij een behoorlijke bijdrage geleverd aan de corona-procedure bij import. Die werkt nu erg goed.”

In gesprek

De RDW meldt in een reactie open te staan voor suggesties vanuit de branche voor verbeteringen in de dienstverlening. "We willen iedereen een gelijk speelveld bieden volgens de geldende regels van het importeren van voertuigen. We herkennen de problematiek die geschetst wordt rond de CO2-waarden en zijn daarover met de Bovag en Belastingdienst in gesprek. Het beeld dat geschetst wordt omtrent het belemmeren van de import van gebruikte voertuigen herkent de RDW niet", schrijft de organisatie in een reactie aan Automotive.

Update 21 juli

Inmiddels heeft de RDW toelichting gegeven op de problematiek: "wanneer een voertuig eerder geregistreerd is in een ander land, kan het zijn dat de betreffende toelatingsautoriteit de voor dat voertuig geldende CO2-emissie heeft geregistreerd. Recent is gebleken dat de Deense registratieautoriteit (SKAT) inderdaad de CO2-emissie per individueel voertuig registreert. De RDW is nu bezig om het overnemen van gegevens uit het Deense register te implementeren. Dit kost enige tijd, maar de verwachting is dat dit op korte termijn te realiseren is. Zodra dit het geval is, informeert de RDW daarover."

Uiteraard zullen wij u blijven informeren omtrent deze problematiek.

De Belastingdienst is om een reactie gevraagd.


Informatieverzoeken Belastingdienst CVO onrechtmatig

Nu we de RDW duidelijk hebben kunnen maken dat het overleggen van een CVO (Certificaat Van Oorsprong) bij inschrijving van een importauto niet noodzakelijk is, meent de belastingdienst daar nu weer om te moeten vragen. Dit is onrechtmatig. Eerder berichtten wij over dit onderwerp met dit artikel.

De belastingdienst stuurt na BPM aangifte, met de daarin opgenomen een door de belastingplichtige aangegeven CO2 uitstoot, een 'informatieverzoek'. Onterecht  wordt in dat informatie verzoek gesteld dat het 'formulier niet in behandeling' kan worden genomen alvorens een CVO wordt overgelegd. De inspecteur die een dergelijk standpunt inneemt, slaat de plank hier enorm mis. Meest kwalijk hiervan is dat de registratie van uw importvoertuig vertraging oploopt. Dit is niet nodig en wij adviseren u hiervoor de oplossing.

Desondanks verdient het nog altijd aanbeveling om uw auto's wél mét CVO te kopen. Een CVO kan echter ook altijd nog naderhand worden verworven waarna u het in dossier houdt in geval er vragen van de belastingdienst volgen.

Een BPM aangifte dient te allen tijde overeenkomstig de daarin aangegeven gegevens te worden afgewikkeld. Een informatieverzoek als deze kán en mág. Echter de aangifte in afwachting van het antwoord buiten behandeling plaatsen, kan niet. In dit kader is het uiteraard meest verstandig uzelf te vergewissen van de  juistheid van de ingevulde gegevens. Zoals wij eerder meldden, kan dit ook heel goed zónder CVO. Voor Deense auto's (vaak geleverd zonder CVO) kan dit bijvoorbeeld via de openbaar toegankelijke database van de Deense zusterorganisatie van onze belastingdienst; de SKAT. De inspecteur kan uw aangifte daar zélfstandig, prima op controleren. Wijkt uw aangifte daarvan af kan hij een naheffing opleggen. Onze jurist mr. Tom Vriesema zal voor u in dat geval een bezwaarprocedure starten die bij voorbaat verloren is door de inspecteur. Allemaal negatieve energie, maar als het moet, zal dat gebeuren.

In mijn overtuiging is deze (wellicht vaak individuele) actie van de inspecteur onderdeel van een import-ontmoedigingsscenario. De politiek maakt zich (terecht!) druk om de massaliteit van van bezwaar- en beroepsprocedures. Hier blijkt, en dat is zéker niet exemplarisch, dat de belastingdienst het niet zelden oproept.

Wat te doen indien u in deze situatie een informatieverzoek ontvangt?

Ontvangt u een informatieverzoek als deze? U zal deze overwegend per email ontvangen. Reageert u hierop met de volgende tekst:

Geachte heer/ mevrouw,
Heden ontvangen wij van u een aantal informatieverzoeken inzake de door ons ingestuurde BPM aangiften.
Wij verzoeken u vriendelijk doch dringend de BPM aangiftes te volgen en voor deze auto’s BPM betaalberichten te versturen.
Het overleggen van een certificaat van overeenstemming is niet noodzakelijk. 
Bij voorbaat dank voor de medewerking.
Met vriendelijke groet,

Indien u niet binnen twee dagen hierna een 'betaalbericht' ontvangt, kunt u mr. Vriesema raadplegen.


Importbelemmering via CVO

Er ontstaan steeds vaker problemen met het importeren van voertuigen uit andere lidstaten wanneer het CVO (Certificaat Van Oorsprong) bij inschrijving niet kan worden getoond. Keurmeesters van de Rijksdienst Wegverkeer (RDW) 'eisen' bij de inschrijving van een importauto soms een CVO. Zonder het aanleveren van die CVO wordt de inschrijving in het NL kentekenregister dan niet voltooid. De uitleg daarbij is dat men anders niet de CO2 uitstoot (al dan niet WLTP gemeten) kan vaststellen. Een dergelijk standpunt van een keurmeester is onjuist. Dat heeft de RDW inmiddels ruimhartig bevestigd.

Kern is dat een voertuig dat is geregistreerd in een andere EU lidstaat eenvoudig moet kunnen worden ingeschreven in een andere EU lidstaat, in ons geval Nederland. Blijkens de eerdere registratie in de EU, voldoet de auto aan de Europese toelatingseisen. Het (niet kunnen) vastleggen door de RDW van de CO2 uitstoot vanwege een ontbrekend kentekengegeven in andere lidstaten. Daarmee is er niets dat inschrijving in Nederland in de weg mag staan. De RDW geeft aan dat wél te moeten doen wat te maken zal hebben met de wens van de belastingdienst hieromtrent. Om BPM te kunnen aangeven, zal je als importeur ook de CO2 uitstoot moeten opgeven. Voor de Belastingdienst is de RDW vaststelling het meest betrouwbaar. Uiteindelijk is het aan de belastingplichtige om ter berekening van de aan te geven rest BPM de In zijn optiek juiste CO2 uitstoot te gebruiken.

Het hebben van een CVO voorkomt veel onnodige discussie en verdient daarom aanbeveling. Wanneer je het CVO echter niet hebt is het verkrijgen ervan niet zelden moeizaam en bovendien veelal kostbaar. Als aangever moet je bij het ontbreken van de CO2 uitstoot deze ook maar zo zuiver mogelijk zien te achterhalen. Het liefst op VIN-niveau (voertuigspecifiek). Een 'mooi voorbeeld' zijn Deense auto's. Steeds vaker zien wij jonge auto's uit Denemarken geïmporteerd worden. Het CO2 gegeven mist op de Deense registratie en kan daar niet van worden overgenomen. Denemarken deelt het via haar belastingdienst SKAT echter op betrouwbare wijze. Op VIN niveau is de CO2 uitstoot daarmee perfect én betrouwbaar te motiveren voor de RDW én te gebruiken voor de BPM aangifte. Het eisen van een CVO leidt keer op keer niet tot andere CO2 uitstoot gegevens.

Bij Spaanse import is het tot nu toe veelal lastiger om zonder CVO een CO2 uitstoot vast te stellen. Voor de belastingaangifte kán worden volstaan met vergelijking. De RDW kán de CO2 uitstoot berekenen op NEDC 1.0 niveau via de zgn Scandinavische rekenmethode. Deze waarde is vaak aanmerkelijk hoger. De belastingdienst kán deze te hoge waarde vervolgens aanhouden en een naheffing erop baseren. In dat stadium is het aanvragen van een (bevestigende CVO) nog tijdig genoeg en is een bezwaar tegen de naheffing 'een inkopper'. Daarbij zien wij ook gebeuren dat de fiscale waarde (grondslag bijtelling) wordt gecorrigeerd. Dit is ongeoorloofd aangezien je als BPM aangever een lagere CO2 uitstoot met daaraan te relateren fiscale waarde hebt opgegeven. Totdat blijkt dat de aangegeven waarde te laag is, dient deze te worden gehanteerd.

Het is uitermate belangrijk om zuiver om te gaan met de CO2 uitstoot. De wijziging in de BPM tabel per 1 juli, doet daar op zich hélemaal niets aan af maar strooit mogelijk wel zand in de raderen. Verdere verwarring hieromtrent moeten we voorkomen aan zowel de importeurs zijde als aan de zijde van de Belastingdienst en RDW.

Heeft u vragen over dit onderwerp? Weet ons dan te vinden! 


'Collegiale wijzigingen'

Alexander Dümmer bedankt!

Alexander Dümmer bedankt!
Alexander begon in juni 2013 bij B&P en ontwikkelde zich tot een ervaren en betrokken collega. Graag gezien bij onze klanten, plezierig als collega en een échte automan. Alexander besloot onlangs om toch zijn oude passie weer op te pakken en weer terug het autobedrijf in te gaan. Per 1 juni begint Alex bij Garage Mestrom in Groesbeek om als rechter hand van Gerard Mestrom het succes van Mestrom te continueren. En om natuurlijk de parallel import daar meer leven in te blazen. Alexander; bedankt voor je inzet bij ons en heel veel succes bij Mestrom!

Roy Nanhoe
In januari jl. begon Roy Nanhoe bij ons voor Noord West Nederland. Helaas leiden persoonlijke omstandigheden van Roy ertoe dat Roy met onmiddellijke ingang niet langer voor B&P werkt. Wij betreuren dat ten zeerste. Roy, dank voor je inzet en succes voor de toekomst.

Inmiddels hebben wij voor beide vertrekkende collega's nieuwe invulling gevonden, die we binnenkort ook hier weer voorstellen!


Hoge Raad: BPM tabel voorgaand jaar mag worden toegepast

Een geïmporteerde auto met een eerste toelating in februari 2013 mag gebruik maken van de bpm-tabellen van 2012.

De Hoge Raad heeft Euro Auto Logic in het gelijk gesteld in een zaak van de juridisch dienstverlener tegen de Belastingdienst. Dat blijkt uit het arrest, dat begin mei is gepubliceerd. De Hoge Raad handhaafde het oordeel van het Gerechtshof, die stelde eerder dat bij de bpm het mogelijk is om een ander, eerder, regime te gebruiken als een vergelijkbaar Nederlandse voertuig dat ook heeft kunnen doen.

De zaak draaide om een voertuig dat in februari 2013 zijn eerste toelating had. In 2014 werd het voertuig ingevoerd in Nederland. Bij de bpm-aangifte moet dan altijd gekeken worden naar het referentievoertuig, in dit geval dus een auto met een eerste tenaamstelling van februari 2013. Maar de bpm-regelgeving kent een overgangsregeling, die tot twee maanden na een tariefwijziging toegepast mag worden. En dus kan gebruik gemaakt worden van de 2012 bpm-regelgeving. "De Belastingdienst accepteerde in veel gevallen niet dat er gebruik werd gemaakt van deze overgangsregeling. De Hoge Raad heeft nu niet voor redelijke twijfel vatbaar geacht dat dit geaccepteerd moet worden", zegt Tom Vriesema, die namens Euro Auto Logic, het juridische zusterbedrijf van Bolsenbroek en Partners, de zaak heeft gevoerd.

Erkenning
In de afgelopen jaren is de bpm-tabel vaak met ingang van 1 januari aangepast. Met betrekking tot al geïmporteerde auto's zijn de gevolgen van dit arrest niet heel groot, denkt Vriesema. "Iedereen die op deze wijze aangifte heeft gedaan of bezwaar heeft gemaakt tegen de bpm-aangifte op een auto met als eerste toelating januari of februari in de afgelopen jaren, is spekkoper. Met onmiddellijke ingang is het arrest van toepassing bij import. Maar het wordt niet met terugwerkende kracht alsnog toegepast op het rijdend park." Vooral bij relatief jonge auto's met een hogere CO2-uitstoot kan het verschil groot zijn. "In de praktijk kan door een eerder jaar te gebruiken de bpm een paar honderd tot rond de duizend euro lager zijn."

mr. Tom Vriesema

Deze uitspraak laat opnieuw zien dat een importeur in beginsel kan vertrouwen op een gedegen taxateur of adviseur.

- mr. Tom Vriesema

 

Los van de winst in deze zaak is Vriesema vooral blij met de erkenning, die de Hoge Raad geeft. "De Belastingdienst creëert een bepaalde stemming waarbij een (nieuw) standpunt als onmogelijk wordt bestempeld. Dat past in een patroon, want eerder werden taxaties stelselmatig als onjuist bestempeld en de taxateur –bijna- als ‘fraudeur’. Of vergelijk de discussie over aangifte doen van de marge waarde, ondanks dat het voertuig als btw voertuig is aangekocht. Deze uitspraak laat opnieuw zien dat een importeur in beginsel kan vertrouwen op een gedegen taxateur of adviseur."

WLTP 1juli 2020
Op 1 juli worden de nieuwe op de WLTP gebaseerde bpm-tabellen van kracht. Dat wordt volgens Vriesema ook voer voor rechtszaken. "Dat wordt een interessante periode. Bij aangifte van een voertuig mét een eerste toelating in juli kun je in mijn optiek een vergelijking maken met een identiek voertuig uit juli, die dankzij de overgangsregeling dan nog valt onder de NEDC, waardoor de bpm lager kan (!) zijn. De Hoge Raad is daarover helder, de relevante kenmerken zijn leeftijd en ouderdom en die worden bepaald door de datum eerste toelating."

Download

Lees de uitspraak hier.
Juridische beschouwing mr. Tom Vriesema