In een al lang slepende procedure tussen een importeur van een schadeauto en de Belastingdienst heeft de Hoge Raad (ons hoogste rechtsorgaan) een opvallende uitspraak gedaan. De zaak handelt om het antwoord op de vraag of op een voertuig met een ‘essentieel gebrek’ (WOK1 schade) bpm aangifte gedaan kan worden. ‘Nee’, zo stelt de Belastingdienst en ‘Ja’ zo oordeelde de Rechtbank Zeeland West Brabant op 24-8-2018  De inspecteur ging tegen deze uitspraak in beroep waarna het Gerechtshof de uitspraak van de Rechtbank bevestigde met haar arrest van 16 januari 2020.  Een en ander dus in het voordeel van de importeur. De inspecteur legde zich niet neer bij dit dubbel bevestigde oordeel en ging in cassatie bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft op 26 maart 2021 een zéér opvallend arrest gewezen dat ditmaal het standpunt van de inspecteur van de Belastingdienst bevestigt.

Dit arrest komt er op neer dat voor een te importeren voertuig met een essentieel gebrek heffing van bpm niet aan de orde is. Een dergelijk voertuig kan en mag immers geen gebruik van de weg maken. Waar deze gedachtegang al niet te volgen is, wordt het nóg meer bijzonder waar de Hoge Raad oordeelt dat wanneer iemand tóch bpm aangifte doet met een dergelijk schadevoertuig, de Belastingdienst kan naheffen op basis van de volledige bruto bpm. Dus; op een dergelijk te importeren schadevoertuig, zal bpm worden nageheven als ware het een nieuw en ongebruikt voertuig.

Wij houden het voor ónmogelijk dat het beleid vanaf nu hierop bepaald gaat worden. Signalen in de branche duiden al op verzet in de richting van klachten bij het EU hof en een beroep op onrechtmatige rechtspraak. De onrechtvaardigheid zit hem onder meer in het feit dat de handel in binnenlandse schadevoertuigen op deze wijze wordt bevoordeeld boven de intracommunautaire (Europese) handel in schadevoertuigen. Nederland lijkt hiermee een Europees ‘cherry-picking’ te verkiezen door de voor haar kennelijk ‘storende handel in schadevoertuigen’ aan banden te leggen. De economische schade voor de branche die zich hiermee bezighoudt, dreigt aanzienlijk te zijn.

Het beleid dat de Belastingdienst zal voeren ten aanzien van voertuigen met WOK2 schade (permanente voertuigeisen/’lichte schade’) laat zich nog raden. Mr. Vriesema heeft hieromtrent, tot heden nog onbeantwoorde, vragen gesteld aan de kennisgroep bpm. Uiteraard zullen wij u bij nieuws hieromtrent informeren.

Advies:
Bolsenbroek & Partners adviseert haar cliënten vooralsnog het volgende om de financiële schade te beperken:

  • importeer vooralsnog geen voertuigen met WOK 1 schade (essentieel gebrek);
  • heeft u een voertuig met essentieel gebrek, herstel dit essentiële gebrek dan voorafgaand aan uw schadekeuring bij de RDW. Laat de overige waardevermindering taxeren;
  • indien u de misgelopen bpm korting na herstel van het essentiële gebrek als schade wenst te verhalen op de Belastingdienst, laat deze te herstellen schade dan vooraf door ons begroten;
  • ontvangt u een naheffing omdat uw bpm aangifte heeft gedaan met een voertuig met essentieel gebrek, richt u dan tot Euro Auto Logic voor een eventueel bezwaar tegen de naheffing.

Voor een nadere juridische beschouwing door mr. Tom Vriesema van Euro Auto Logic, verwijzen wij u naar deze download.