Uitslag enquête Invloed van de Duplicaatcode op het kenteken

Onlangs hielden wij een enquête onder 'relevant betrokken' eigenaren en verkopers van motorvoertuigen die een duplicaatcode oplopen. De enquête heeft 121 unieke respondenten (afgewerkte antwoorden) opgeleverd. Dat is (maar liefst) 42,3% van alle bezoekers aan de enquête pagina. Een énorm goed resultaat wat ons betreft. Onze dank gaat uit naar iedereen die heeft meegewerkt aan het invullen. De enquête-uitslag kunt u hier inzien.

Wie namen deel?
Wij hebben deelnemers gevraagd om hun naam en e-mailadres achter te laten. Bijna 50% van de deelnemers deed dat ook. Dat maakt de uitslag van de enquête nóg bruikbaarder. Deelnemers variëren van voertuigeigenaren en autoverkopers uit de diverse segmenten. Onder de voertuigeigenaren, bevinden zich o.a. ook juristen, (auto)journalisten en medici, mensen uit de autolease- en -consultancywereld.

Wat zijn de korte conclusies?

  • 96% van de ondervraagden ziet in de duplicaatcode overwegend een  groot negatief aspect.
  • 67% van de ondervraagden ziet dat negatieve aspect los van leeftijd en exclusiviteit van het voertuig
  • In A-B-C segment wordt het desondanks als meer acceptabel beoordeeld waarna de acceptatiegraad sterk afneemt naar mate het segment stijgt.
  • In het A-B-C segment wordt het negatieve aspect begroot op -10%
  • In het D segment wordt het negatieve aspect begroot op -12%
  • In het E-F-G segment wordt het negatieve aspect begroot op -15%
  • In het H-I segment wordt het negatieve aspect begroot op -19%
  • De negatieve percepties van de duplicaatcode zijn volgens de respondenten onder meer:
    • uiting van dubieus voertuigverleden (76,3%)
    • ontsierend aspect (67,8%)
    • lastig(er) verkoopbaar (44,1%)
    • lagere waarde (30,5%)
    • nagenoeg ONverkoopbaar (7,6%)
  • Onder de respondenten bevinden zich 71 wederverkopers.  Alle respondenten achten de wetenschap omtrent duplicaatcode belangrijk. Overwegend annuleert men de transactie of men betaalt minder. Het belang neemt toe naarmate de exclusiviteit van het voertuig stijgt.
  • De vorige conclusie wordt door voertuigeigenaren nóg strikter geïnterpreteerd. De wederverkoper betrekt immers eveneens nog het exportaspect bij zijn commerciële kansen. De duplicaatcode is bij export minder van belang.

Samengevat wordt de duplicaatcode middels uiting op de kentekenplaat als zéér problematisch én waardeverminderend ervaren. Een zegsman van de Rijksdienst Wegverkeer (RDW) geeft aan het ook "niet mooi" te vinden en benieuwd te zijn naar "betere alternatieven" die "eenzelfde doel bereiken".

Conclusie Frank Bolsenbroek
Het doel bereiken (misbruik van de kentekenplaat) met een andere oplossing lijkt mij niet moeilijk. Voorbeelden in andere landen te over. Een kentekenplaat is m.i. nu 'slechts' een RDW voertuigcode. Onder veel gebruikers wordt een kentekenplaat echter ook mede als een sierraad op de auto gezien; een stukje personificatie als het ware. Waarom zouden we de RDW voertuigcode zoals die nu op de plaat staat niet koppelen aan een persoonlijke kentekenplaat? Indien een persoonlijke plaat verloren raakt, is die eenvoudig ongeldig te maken en te wijzigen door de eigenaar. Door RDW is dat commercieel eveneens goéd te benutten! Liefhebbers zijn bereid ervoor te betalen.

Ik heb RDW al voorgesteld zitting te nemen in een commissie hieromtrent. Ik ben nog in afwachting van de uitnodiging :-)

De enquête-uitslag kunt u hier inzien.


Is het '1-tje op de kentekenplaat' een drama?

Regelmatig worden wij bevraagd door eigenaren van voertuigen die met een 'duplicaat code' worden geconfronteerd. De duplicaatcode uit zich door plaatsing van een extra (klein) cijfertje op de kentekenplaat. Een duplicaatcode kan je onder meer oplopen door de volgende situaties:

  • kentekenplaat verloren
  • kentekenplaat beschadigd op de 'unieke code'
  • voertuig wordt geherimporteerd ('re-import')
  • kentekenplaat gestolen
  • fraude met 'jouw plaat'

De achterliggende gedachte van de duplicaatcode is dat er niet door derden gefraudeerd kan worden met jouw kentekenplaat. Meest sprekend voorbeeld is dat iemand jouw platen steelt en daarmee gaat tanken zonder te betalen. Er doen zich echter ook situaties voor, zoals bij export en re-import, waarbij fraude niet aan de orde is. De oude kentekenplaten zijn na export bijvoorbeeld nog steeds bij het voertuig en die wil je na re-import weer hergebruiken. Dat kan dan toch niet.

Markt-imago
Onder veel autobezitters, maar zeker ook onder veel autodealers wordt het '1-tje op de plaat' als een probleem ervaren. Wanneer je bijvoorbeeld een kostbare exclusieve auto hebt gekocht en die wordt afgeleverd met een '1-tje', kan je dat als een probleem zien. Onze ervaring is dat er meer mensen zijn die er in een dergelijke situatie een probleem in zien, dan dat men dat niet als probleem ervaart. De perceptie is toch vaak 'er is iets met zo'n auto'. Er ontstaan échte drama's uit! Uiteraard spreken wij enkel de mensen die dat probleem er in zien. Wij hebben er zelf ook wel ideeën over en gevoelens bij maar zijn vooral benieuwd naar úw ideeën hieromtrent.

Enquête
Om het markt-imago van het '1-tje' enigszins te objectiveren, vragen wij u deel te nemen aan onze enquête. Wij vragen met name eigenaren en verkopers van voertuigen uit het segment hogere middenklasse t/m supercars en exclusief (E t/m H) om de enquête in te vullen. Ook andere directbetrokkenen als collega-taxateurs, actief in deze segmenten, worden graag uitgenodigd.

U vindt de enquete 'Invloed van de duplicaatcode op het kenteken' hier. 

 


Waardevermindering kostbare Audi onvoldoende onderbouwd: Verzekeraar veroordeeld

De eigenaar van een exclusieve Audi RS6 wil in 2018 zijn auto verkopen na een aanrijding buiten zijn schuld om. Ondanks dat de Audi helemaal op kosten van de verzekeraar van de tegenpartij One Underwriting (Aon), hersteld is, levert de auto toch minder op bij een verkoop. De eigenaar dient zijn claim in op basis van de taxatie van Bolsenbroek & Partners. Aon accepteert dat niet en schakelt haar contractexpert CED in. Volgens CED bedraagt de waardevermindering hoogstens € 4.500. De eigenaar wil echter € 12.500 conform onze rapportage hebben.

Het herstel van de auto met een nieuwwaarde van bijna twee ton kost € 35.000. Ondanks dat het herstel perfect is uitgevoerd, wil de eigenaar niet in ‘een schadeauto’ blijven rijden. Als hij de auto wil inruilen, wordt hij geconfronteerd met forse waardevermindering als gevolg van de schade. De eigenaar schakelt Bolsenbroek & Partners in om de waardevermindering te taxeren.

Drie schattingen van handelaren
Volgens Frank Bolsenbroek is er op de markt voor zeer exclusieve auto’s geen eenduidige objectivering van de waardevermindering mogelijk. Wij voeren een marktonderzoek uit onder drie verschillende handelaren in exclusieve auto’s, met de vraag wat volgens hen de waardevermindering zou moeten zijn. De bedragen lopen uiteen van € 9.000 tot € 19.000. Twee van hen geven bovendien aan een auto met een dergelijk zwaar schadeverleden niet zelf in de showroom te zetten, maar alleen door te verkopen aan een andere handelaar.

‘Arbeid is bepalende factor’
Op basis van dit resultaat vraagt de inmiddels door eigenaar ingeschakelde jurist mr. Tom Vriesema (ons zusterbedrijf EAL) aanvullend € 12.500 van Aon. Die weigert en schakelt CED in voor een deskundigenoordeel. CED stelt onder meer dat er relatief weinig arbeid- en spuitkosten op het herstel geweest zijn. Het grootste deel van het schadebedrag is opgegaan aan nieuwe onderdelen. Volgens CED is arbeid de bepalende factor voor de waardevermindering en komt die daarom hooguit op € 4.500 uit. Dat bedrag maakt Aon aanvullend over.

Geen verduidelijking CED
Vriesema start een kort geding bij de kantonrechter in Eindhoven waar Aon echter bakzeil moet halen. Net als Bolsenbroek en Vriesema vindt de rechter dat CED onvoldoende heeft onderbouwd waar de waardevermindering van € 4.500 op gebaseerd is. De rechter besluit daarom het CED-rapport buiten beschouwing te laten.

Hoewel volgens het vonnis een schadebedrag op basis van drie schattingen handelaren ook wat mager is, ziet de rechter geen ander alternatief dan aansluiting te zoeken bij de conclusie van Bolsenbroek. Aon moet aanvullend € 8.000 overmaken.

‘Onafhankelijkheid bestaat niet’
Bolsenbroek zegt in een reactie dat deze zaak weer een voorbeeld is van de slager die zijn eigen vlees keurt. “Aon geeft de opdracht aan CED om te begroten. De vermeende onafhankelijkheid bestaat hierbij niet. Deze uitspraak mag en kan dienen als voorbeeld dat de macht van verzekeraars hier niet hoeft op te gaan, mits je maar doorzet.”

Heeft u een soortgelijk geschil met uw verzekeraar? Wij helpen ook u graag hiermee verder.


Drukte vraagt om uw begrip

 

drukdrukdruk....

Waar de occasionverkoop ook in juli weer 17% pluste en het lijkt of onze klanten daar nog eens een positieve uitzondering zijn, verheugen wij ons in een ongekende drukte. Daarbij neemt ook de populariteit van ónze dienstverlening fors toe. In plaats van 10 auto's hebben klanten er 20 of 40. Waar ook onze collega's deze periode van vakantie genieten, is de vraag momenteel groter dan de capaciteit. Onze mensen werken keihard momenteel om iedereen van dienst te zijn. Wij zijn hen daarvoor zeer erkentelijk! Daarbij worden momenteel drie nieuwe collega's ingewerkt en begint 24 augustus een vierde nieuwe collega. Daarmee verwachten wij weer volledig op 'oorlogsterkte' te zijn (in de positieve zin :-) ). Benieuwd naar ons totale team? Klik hier

Waar wij momenteel wellicht niet de snelheid kunnen bieden die wij u graag gunnen, werken wij dus keihard aan concrete oplossingen op zeer korte termijn. Na de vakantieperiode zullen wij absoluut weer de snelheid kunnen bieden die u gewend bent! Wij hopen op uw begrip en doen intussen ons uiterste best aan uw wensen tegemoet te komen.


importbelemmering

Importbelemmering opgeheven

In een brief aan een klant van B&P, die een klacht had ingediend omdat de RDW zijn CO2-berekeningen op basis van het SKAT niet accepteerde, geeft de RDW aan de van de Deense registerautoriteit SKAT over te nemen. Ook geeft de RDW aan de CO2-gegevens van de Spaanse onderhoudskaart weer te kunnen gaan toepassen.

Wij wezen de RDW de laatste maanden op haar sterke importbelemmering door haar starre houding tegen overname van de CO2-waarde uit het SKAT-register en de Spaanse onderhoudskaart. Zie ook dit artikel en dit artikel. Het is goed om te merken dat onze inspanningen zijn vruchten lijken af te werpen. Onze klanten merken hier nu al de voordelen van. Het scheelt een hoop tijd en geld nu deze gegevens ook geaccepteerd worden bij de BPM-aangifte.

De CO2-waarde dient als grondslag voor de berekening van de BPM. Als deze waarde niet vermeld wordt op het kentekenbewijs, eiste de RDW tot nu toe een CVO (Certificaat Van Overeenstemming), het ‘geboortebewijs’ van een auto. Als deze niet beschikbaar is, zoals bij auto’s uit Spanje en Denemarken, gebruikte de RDW een rekenmethode die op buitensporig hoge waarden uitkomt. Voor deze auto’s moet dan te veel BPM betaald worden. Een CVO kan worden besteld, maar dat is prijzig en de levertijden kunnen lang zijn. Het eisen van een CVO is dan ook in strijd met de Europese regelgeving aangezien het afdwingen de auto-import belemmert.

Als gevolg van het toelaten van de Deense data uit het SKAT-register en de Spaanse onderhoudskaart voor de bepaling van de CO2-waarde, lijkt de importbelemmering dan ook opgeheven. Daarmee is naar aanleiding van onze gezamenlijke actie richting de RDW het doel bereikt.

Het is nu dan ook niet langer vereist om een CVO te overleggen en kan er in het vervolg worden volstaan met de CO2-gegevens uit het Deense SKAT-register en van de (meestal aanwezige) onderhoudskaart van Spaanse auto’s. Hierdoor is het niet alleen eenvoudiger deze auto’s te importeren, maar is er ook sprake van een aanzienlijke kosten- en tijdsbesparing, omdat het CVO niet meer ‘gekocht’ hoeft te worden.

Indien u op grond van de eerdere werkwijze door de RDW en Belastingdienst bent benadeeld in de bpm-afdracht verwijzen wij u graag naar Euro Auto Logic voor een bezwaar tegen uw eigen aangifte of de naheffing.

 


RDW belemmert import met CVO-beleid

De RDW gebruikt het ontbreken van een Certificaat van Overeenstemming (geboortebewijs auto) om de import te belemmeren. Dit treft vooral importauto’s uit Spanje en Denemarken.

Volgens het bedrijf is het bij import niet altijd mogelijk om het CVO te overleggen. Een CVO wordt eenmalig door de fabrikant uitgegeven en vermeldt onder meer de CO2-uitstoot van het betreffende voertuig.  Bij overschrijving tussen lidstaten worden de voertuiggegevens van de buitenlandse registratie overgenomen van het inschrijfbewijs (kentekenbewijs). “Wij zien nu dat dit in voorkomende gevallen onvoldoende is voor de RDW, die eist het tonen van het CVO”, zegt dga Frank Bolsenbroek.

Andere bronnen

Omdat weigering van inschrijving van een auto zonder CVO niet kan, berekent de RDW de CO2 zelf. Maar doet dit met standaard buitenproportioneel hoge CO2-waarden. “De bpm-aangifte staat feitelijk los van de RDW-inschrijving. Echter lijkt de belastingdienst bij de RDW te hebben afgedwongen dat deze de CO2 uitstoot vaststelt. Een importeur (of bpm-aangever) mag zelf de uitstoot invullen, maar de Belastingdienst hecht echter uitsluitend waarde aan de RDW informatie.”

"We zijn nu afhankelijk van de RDW en de Belastingdienst"

Een CVO kan worden besteld. Maar dit is prijzig (150 tot 350 euro, red) en de levertijden kunnen lang zijn. Dus dat is onwerkbaar. Het eisen van een CVO is strijdig met de Europese regelgeving en er werd derhalve nooit naar gevraagd. Door het overschakelen van NEDC naar WLTP staat bij sommige landen, zoals Spanje en Denemarken, de CO2-uitstoot niet langer op het kenteken. De RDW kan het daarvan dan ook niet overnemen. Maar er zijn voldoende andere bronnen zoals het Europees kentekenregister Eucaris of via de landelijke belastingdiensten. De RDW doet daar echter vooralsnog niets mee.

Belemmerend

De Belastingdienst werkt aan een definitieve oplossing. Tot dat moment zijn we afhankelijk van de goede wil van RDW en Belastingdienst. Soms gaat het goed, maar we kunnen niet afhankelijk zijn van iets als goede wil. En nu komt het er vaak op neer dat er weer een maatregel is genomen die importbelemmerend werkt.

We hopen het een en ander in beweging te hebben gezet. Bolsenbroek: “Ik ervaar echter dat mijn bemoeienis weinig gewaardeerd wordt bij de genoemde instanties. Ik ben kritisch, maar kom ook met oplossingen. Zo hebben wij een behoorlijke bijdrage geleverd aan de corona-procedure bij import. Die werkt nu erg goed.”

In gesprek

De RDW meldt in een reactie open te staan voor suggesties vanuit de branche voor verbeteringen in de dienstverlening. "We willen iedereen een gelijk speelveld bieden volgens de geldende regels van het importeren van voertuigen. We herkennen de problematiek die geschetst wordt rond de CO2-waarden en zijn daarover met de Bovag en Belastingdienst in gesprek. Het beeld dat geschetst wordt omtrent het belemmeren van de import van gebruikte voertuigen herkent de RDW niet", schrijft de organisatie in een reactie aan Automotive.

Update 21 juli

Inmiddels heeft de RDW toelichting gegeven op de problematiek: "wanneer een voertuig eerder geregistreerd is in een ander land, kan het zijn dat de betreffende toelatingsautoriteit de voor dat voertuig geldende CO2-emissie heeft geregistreerd. Recent is gebleken dat de Deense registratieautoriteit (SKAT) inderdaad de CO2-emissie per individueel voertuig registreert. De RDW is nu bezig om het overnemen van gegevens uit het Deense register te implementeren. Dit kost enige tijd, maar de verwachting is dat dit op korte termijn te realiseren is. Zodra dit het geval is, informeert de RDW daarover."

Uiteraard zullen wij u blijven informeren omtrent deze problematiek.

De Belastingdienst is om een reactie gevraagd.


Informatieverzoeken Belastingdienst CVO onrechtmatig

Nu we de RDW duidelijk hebben kunnen maken dat het overleggen van een CVO (Certificaat Van Oorsprong) bij inschrijving van een importauto niet noodzakelijk is, meent de belastingdienst daar nu weer om te moeten vragen. Dit is onrechtmatig. Eerder berichtten wij over dit onderwerp met dit artikel.

De belastingdienst stuurt na BPM aangifte, met de daarin opgenomen een door de belastingplichtige aangegeven CO2 uitstoot, een 'informatieverzoek'. Onterecht  wordt in dat informatie verzoek gesteld dat het 'formulier niet in behandeling' kan worden genomen alvorens een CVO wordt overgelegd. De inspecteur die een dergelijk standpunt inneemt, slaat de plank hier enorm mis. Meest kwalijk hiervan is dat de registratie van uw importvoertuig vertraging oploopt. Dit is niet nodig en wij adviseren u hiervoor de oplossing.

Desondanks verdient het nog altijd aanbeveling om uw auto's wél mét CVO te kopen. Een CVO kan echter ook altijd nog naderhand worden verworven waarna u het in dossier houdt in geval er vragen van de belastingdienst volgen.

Een BPM aangifte dient te allen tijde overeenkomstig de daarin aangegeven gegevens te worden afgewikkeld. Een informatieverzoek als deze kán en mág. Echter de aangifte in afwachting van het antwoord buiten behandeling plaatsen, kan niet. In dit kader is het uiteraard meest verstandig uzelf te vergewissen van de  juistheid van de ingevulde gegevens. Zoals wij eerder meldden, kan dit ook heel goed zónder CVO. Voor Deense auto's (vaak geleverd zonder CVO) kan dit bijvoorbeeld via de openbaar toegankelijke database van de Deense zusterorganisatie van onze belastingdienst; de SKAT. De inspecteur kan uw aangifte daar zélfstandig, prima op controleren. Wijkt uw aangifte daarvan af kan hij een naheffing opleggen. Onze jurist mr. Tom Vriesema zal voor u in dat geval een bezwaarprocedure starten die bij voorbaat verloren is door de inspecteur. Allemaal negatieve energie, maar als het moet, zal dat gebeuren.

In mijn overtuiging is deze (wellicht vaak individuele) actie van de inspecteur onderdeel van een import-ontmoedigingsscenario. De politiek maakt zich (terecht!) druk om de massaliteit van van bezwaar- en beroepsprocedures. Hier blijkt, en dat is zéker niet exemplarisch, dat de belastingdienst het niet zelden oproept.

Wat te doen indien u in deze situatie een informatieverzoek ontvangt?

Ontvangt u een informatieverzoek als deze? U zal deze overwegend per email ontvangen. Reageert u hierop met de volgende tekst:

Geachte heer/ mevrouw,
Heden ontvangen wij van u een aantal informatieverzoeken inzake de door ons ingestuurde BPM aangiften.
Wij verzoeken u vriendelijk doch dringend de BPM aangiftes te volgen en voor deze auto’s BPM betaalberichten te versturen.
Het overleggen van een certificaat van overeenstemming is niet noodzakelijk. 
Bij voorbaat dank voor de medewerking.
Met vriendelijke groet,

Indien u niet binnen twee dagen hierna een 'betaalbericht' ontvangt, kunt u mr. Vriesema raadplegen.


Importbelemmering via CVO

Er ontstaan steeds vaker problemen met het importeren van voertuigen uit andere lidstaten wanneer het CVO (Certificaat Van Oorsprong) bij inschrijving niet kan worden getoond. Keurmeesters van de Rijksdienst Wegverkeer (RDW) 'eisen' bij de inschrijving van een importauto soms een CVO. Zonder het aanleveren van die CVO wordt de inschrijving in het NL kentekenregister dan niet voltooid. De uitleg daarbij is dat men anders niet de CO2 uitstoot (al dan niet WLTP gemeten) kan vaststellen. Een dergelijk standpunt van een keurmeester is onjuist. Dat heeft de RDW inmiddels ruimhartig bevestigd.

Kern is dat een voertuig dat is geregistreerd in een andere EU lidstaat eenvoudig moet kunnen worden ingeschreven in een andere EU lidstaat, in ons geval Nederland. Blijkens de eerdere registratie in de EU, voldoet de auto aan de Europese toelatingseisen. Het (niet kunnen) vastleggen door de RDW van de CO2 uitstoot vanwege een ontbrekend kentekengegeven in andere lidstaten. Daarmee is er niets dat inschrijving in Nederland in de weg mag staan. De RDW geeft aan dat wél te moeten doen wat te maken zal hebben met de wens van de belastingdienst hieromtrent. Om BPM te kunnen aangeven, zal je als importeur ook de CO2 uitstoot moeten opgeven. Voor de Belastingdienst is de RDW vaststelling het meest betrouwbaar. Uiteindelijk is het aan de belastingplichtige om ter berekening van de aan te geven rest BPM de In zijn optiek juiste CO2 uitstoot te gebruiken.

Het hebben van een CVO voorkomt veel onnodige discussie en verdient daarom aanbeveling. Wanneer je het CVO echter niet hebt is het verkrijgen ervan niet zelden moeizaam en bovendien veelal kostbaar. Als aangever moet je bij het ontbreken van de CO2 uitstoot deze ook maar zo zuiver mogelijk zien te achterhalen. Het liefst op VIN-niveau (voertuigspecifiek). Een 'mooi voorbeeld' zijn Deense auto's. Steeds vaker zien wij jonge auto's uit Denemarken geïmporteerd worden. Het CO2 gegeven mist op de Deense registratie en kan daar niet van worden overgenomen. Denemarken deelt het via haar belastingdienst SKAT echter op betrouwbare wijze. Op VIN niveau is de CO2 uitstoot daarmee perfect én betrouwbaar te motiveren voor de RDW én te gebruiken voor de BPM aangifte. Het eisen van een CVO leidt keer op keer niet tot andere CO2 uitstoot gegevens.

Bij Spaanse import is het tot nu toe veelal lastiger om zonder CVO een CO2 uitstoot vast te stellen. Voor de belastingaangifte kán worden volstaan met vergelijking. De RDW kán de CO2 uitstoot berekenen op NEDC 1.0 niveau via de zgn Scandinavische rekenmethode. Deze waarde is vaak aanmerkelijk hoger. De belastingdienst kán deze te hoge waarde vervolgens aanhouden en een naheffing erop baseren. In dat stadium is het aanvragen van een (bevestigende CVO) nog tijdig genoeg en is een bezwaar tegen de naheffing 'een inkopper'. Daarbij zien wij ook gebeuren dat de fiscale waarde (grondslag bijtelling) wordt gecorrigeerd. Dit is ongeoorloofd aangezien je als BPM aangever een lagere CO2 uitstoot met daaraan te relateren fiscale waarde hebt opgegeven. Totdat blijkt dat de aangegeven waarde te laag is, dient deze te worden gehanteerd.

Het is uitermate belangrijk om zuiver om te gaan met de CO2 uitstoot. De wijziging in de BPM tabel per 1 juli, doet daar op zich hélemaal niets aan af maar strooit mogelijk wel zand in de raderen. Verdere verwarring hieromtrent moeten we voorkomen aan zowel de importeurs zijde als aan de zijde van de Belastingdienst en RDW.

Heeft u vragen over dit onderwerp? Weet ons dan te vinden! 


'Collegiale wijzigingen'

Alexander Dümmer bedankt!

Alexander Dümmer bedankt!
Alexander begon in juni 2013 bij B&P en ontwikkelde zich tot een ervaren en betrokken collega. Graag gezien bij onze klanten, plezierig als collega en een échte automan. Alexander besloot onlangs om toch zijn oude passie weer op te pakken en weer terug het autobedrijf in te gaan. Per 1 juni begint Alex bij Garage Mestrom in Groesbeek om als rechter hand van Gerard Mestrom het succes van Mestrom te continueren. En om natuurlijk de parallel import daar meer leven in te blazen. Alexander; bedankt voor je inzet bij ons en heel veel succes bij Mestrom!

Roy Nanhoe
In januari jl. begon Roy Nanhoe bij ons voor Noord West Nederland. Helaas leiden persoonlijke omstandigheden van Roy ertoe dat Roy met onmiddellijke ingang niet langer voor B&P werkt. Wij betreuren dat ten zeerste. Roy, dank voor je inzet en succes voor de toekomst.

Inmiddels hebben wij voor beide vertrekkende collega's nieuwe invulling gevonden, die we binnenkort ook hier weer voorstellen!


Heropening RDW Keuringsstations

Op 14 mei heeft de RDW laten weten dat zij met ingang van 18 mei alle RDW-keuringsstations zal heropenen, met uitzondering van keuringsstation Heerenveen in verband met verbouwingswerkzaamheden. Deze heropening zal 22 mei zijn. De fysieke keuringen zullen hiermee ook weer opgestart worden. Afspraken kunnen vanaf heden online worden ingepland.

Afgelopen periode hebben wij voor particuliere importeurs invoer dienstverlening uitgevoerd. Indien u om welke reden dan ook liever niet naar de RDW gaat, blijven wij u graag van dienst met onze importdienstverlening!

Diensten voor erkenninghouders

Voor erkenninghouders blijft de tijdelijke coronaprocedure voorlopig nog gelden. Dit is om de veiligheid en de 1,5 meter afstand te kunnen blijven garanderen op de RDW keuringsstations. Het is belangrijk dat erkenninghouders geen afspraken plannen op de keuringsstations maar dat de aanvragen via het benodigde webformulier of via de dienst Versnelde Individuele Aanvraag (VIA) plaatsvinden.

Over VIA worden erkenninghouders door de RDW geïnformeerd via email en/of brief. In specifieke gevallen volgt alsnog een aanvullend onderzoek bij een RDW-locatie. De RDW voert daarnaast steekproeven uit om zo de kwaliteit van de voertuigen te controleren.

Het is voor erkenninghouders niet toegestaan om voor reguliere importkeuringen gebruik te maken van een afspraak op een keuringsstation. Erkenninghouders mogen wél met schadeauto's naar het keuringsstation. Ook zij dienen hiervoor online een afspraak te maken.

Bent u van plan om naar een keuringsstation te gaan, houdt u dan rekening met de richtlijnen van het RIVM. Daarnaast vraagt de RDW u om enkel op afspraak naar een keuringsstation te komen, aanwijzingen van het personeel op te volgen en alleen te komen.

Lees hier het bericht van de RDW over de heropening van de keuringsstations.

Heeft u vragen over het importeren van een voertuig? Of wilt u vrijblijvend en kosteloos de BPM laten berekenen? Neemt u dan contact met ons op.